De Galerij
Nieuwbouw ate­lier­ruim­tes bij een dag­cen­trum voor men­sen met een ver­stan­de­lij­ke beperking

001 F 3
  • Opdrachtgever
    Omega vzw
  • Ontwerpteam
    urbain architectencollectief ism
    Corneel Cannaerts (architectuur)
    Studiebureau Mouton (stabiliteit)
  • Fase
    2009, opgeleverd
  • Bouwbudget
    480.000 euro excl. btw en erelonen
  • Locatie
    Wetteren
  • Fotograaf
    Filip Dujardin
001 I

Dagcentrum Omega biedt sinds haar oprich­ting in 1987 een dag­wer­king aan voor men­sen met een ver­stan­de­lij­ke beper­king. De vzw kreeg in 1992 een erken­ning voor een dag­cen­trum met onder­steu­ning voor tien plaat­sen. Het bete­ken­de de start van een meer­ja­ren­plan, waar­in een tra­ject werd uit­ge­stip­peld om het dag­cen­trum ver­der uit te bou­wen. In dat­zelf­de jaar werd een braak­lig­gend ter­rein aan­ge­kocht in Wetteren, tus­sen de spoor­weg en een paral­el­le rij hui­zen langs­heen de Gentsesteenweg. In een eer­ste fase werd een rij­wo­ning langs­heen de steen­weg uit­ge­breid met een nieuw­bouw. Deze bestaat uit een aan­tal leef­ruim­tes, een poly­va­len­te zaal en een indu­stri­ë­le keu­ken. Een twee­de fase voor­zag in de uit­brei­ding van het dag­cen­trum met een nieuw ate­lier­ge­bouw, ter ver­van­ging van enke­le tij­de­lij­ke cha­lets in het bin­nen­ge­bied. Een der­de en laat­ste fase omvat de reno­va­tie van de oor­spron­ke­lijk aan­ge­koch­te rij­wo­ning. Deze woning huis­vest de admi­ni­stra­tie en de personeelslokalen.

Na een prijs­vraag in 2005 kreeg urbain archi­tec­ten­col­lec­tief i.s.m. Corneel Cannaerts, de opdracht voor het ont­werp en de uit­voe­ring van de nieuw­bouw met vijf ate­lier­ruim­tes. De uit­brei­ding van de eer­ste fase bezet­te reeds een belang­rijk deel van het bin­nen­ge­bied. Dit gold als een bepa­len­de rand­voor­waar­de voor het ont­werp van de ate­lier­ruim­tes. Door de keu­ze voor een lang laag volu­me en de vrij evi­den­te inplan­ting tegen een blin­de muur van gara­ge­boxen, wordt de open ruim­te maxi­maal gevrij­waard. Tegelijkertijd krijgt het gebouw een ster­ke gericht­heid op het binnengebied. 

Het grond­plan is op een heel een­vou­di­ge manier opge­bouwd. Vooraan is een car­port voor­zien voor de bus­jes van het cen­trum – het is de plek van aan­komst en ver­trek voor de gas­ten van het dag­cen­trum, die s mor­gens thuis wor­den opge­pikt en s avonds terug naar huis wor­den gebracht. Vanaf de car­port start een neven­schik­king van ate­liers. Hier wordt klei geboet­seerd, muziek gecom­po­neerd, hout bewerkt… De ate­liers wer­den per twee gekop­peld met tus­sen­voe­ging van een ber­ging, sani­tai­re ruim­te en twee inkom­par­tij­en. Helemaal ach­ter­aan wordt een klein volu­me afge­schei­den door een open ruim­te. Het bij­ge­bouw huis­vest een tuin­a­te­lier en een klus­lo­kaal. De open ruim­te is ver­hard en doet dienst als bui­te­nate­lier waar hout wordt gekliefd en plan­ten wor­den verpot. 

Het gebouw werd opge­trok­ken uit een gepre­fa­bri­ceer­de sta­len por­tie­ken­struc­tuur en bekleed met hou­ten keper­wan­den en geplooi­de sta­len dak­pla­ten. Het rit­me van de por­tie­ken bepaalt de maat van de ate­lier­ruim­tes. In de ate­liers is geop­teerd voor het ruw­bouw is afbouw-prin­ci­pe: sta­len dak­pla­ten, hou­ten stijl­wan­den, beton­nen vloe­ren, sta­len kolom­men en lig­gers vor­men naast de struc­tuur tege­lijk de afwer­king. Kastenwanden in hoog­waar­di­ge ber­ken­mul­ti­plex en bui­ten­schrijn­werk in jato­ba hard­hout zor­gen voor een zeker domesticiteit. 

De cir­cu­la­tie langs de bin­nen­tuin zorgt voor een maxi­ma­le inter­ac­tie tij­dens de wan­de­ling van het bestaan­de gebouw naar het nieuw ate­lier­ge­bouw en tij­dens de wan­de­ling tus­sen de ate­liers onder­ling. Door de cir­cu­la­tie boven­dien te ont­wer­pen als een over­dek­te gale­rij werd de ther­mi­sche grens ver­legd; de wer­ke­lijk gebouw­de vier­kan­te meters wer­den gere­du­ceerd, wat de bud­get­te­ring ten goe­de kwam. De gale­rij is ook een ruim­te op zich. Door haar roy­a­le maat­voe­ring is ze meer dan een ver­bin­ding tus­sen gebou­wen en ate­lier­ruim­tes. Ze is tevens een plek van ont­moe­ting, ze nodigt uit tot ver­blijf en kan dienst doen als ten­toon­stel­lings­ruim­te, werk­plek,… Het open­zet­ten van de dub­be­le vlucht­deu­ren zorgt in de zomer voor een uit­brei­ding van de ate­liers met extra nut­ti­ge en ver­har­de buitenruimte. 

Bij het ont­werp van de gale­rij werd gezocht naar een zui­ve­re detail­le­ring van vrij ele­men­tai­re mate­ri­a­len. De hou­ten struc­tuur van de gale­rij is opge­bouwd uit jato­ba hard­hout. De dak­be­pla­ting ervan bestaat uit meer­wan­di­ge, hel­de­re poly­car­bo­naat­pla­ten. Een strak rit­me van hou­ten kolom­men en bal­ken domi­neert het beeld en zorgt voor een ster­ke ruim­te­lij­ke dyna­miek. Verschillende stand­pun­ten zor­gen tel­kens weer voor ande­re erva­rin­gen: van­uit een bepaal­de hoek krijgt men een per­spec­tief op een robuus­te hou­ten muur waar elk moment iemand door­heen kan glip­pen, een ande­re keer vangt men tus­sen de kolom­men glim­pen op van het ate­lier­ge­bouw en fun­geert de kolom­men­rij als een fil­ter. De ruim­te van de gale­rij heeft op kor­te tijd een spe­ci­a­le plaats ver­wor­ven in de bele­vings­we­reld van de gebrui­kers. Het spreekt boek­de­len dat de gas­ten en het per­so­neel van Omega spre­ken over de gale­rij’ wan­neer zij het ate­lier­ge­bouw benoemen.

Op schaal van het bin­nen­ge­bied draagt het ont­werp bij aan de lees­baar­heid van het geheel. Binnen de rom­me­li­ge, bana­le en typi­sche Vlaamse omge­ving zorgt het gebouw met de gale­rij voor struc­tuur. Het ver­leent bete­ke­nis aan de plek en gaat de dia­loog aan met de eer­der gere­a­li­seer­de uitbreiding. 

Het geheel valt in zijn plooi.