Bloemistenvilla te Zomergem
energetische update en uitbreiding alleenstaande woning

opdrachtgever privé
ontwerpteam urbain architectencollectief
stabiliteit Sileghem & partners (Zwevegem)
datum 2011-2014
status opgeleverd

De woning uit 1932 werd in drie fasen verbouwd:
In de eerste en tweede fase werden de badkamer, de trappenpartij en de zolder gerenoveerd (2006-2010). Door het aanpassen en draaien van de bestaande trap werd de zolder beter toegankelijk. De zolder werd ingericht met kastenwanden die de verloren lage zones in het dak maximaal benutten.

Gedurende de eerste twee fasen breidde het gezin uit en er ontstond een
gebrek aan plaats en comfort. Vanaf 2010 werd gewerkt aan het ontwerp voor de renovatie en uitbreiding van de woning (uitvoering 2012-2014).

Het betrof een alleenstaande woning met aangebouwde keuken en een vrijstaande schuur op een ruim perceel met boomgaard. De woning staat bovenaan een heuvelrug, schuift iets uit de helling en kijkt uit over de landerijen aan de andere kant van de Guido Gezellestraat.

De woning komt niet voor op de lijst van bouwkundig erfgoed, maar draagt wel in belangrijke mate bij aan de historische stedenbouwkundige setting van de Guido Gezellestraat. Het was een belangrijke uitdaging om de vraag naar uitbreiding en extra comfort te verzoenen met deze erfgoedwaarde en bovendien te zoeken naar nieuwe bouwkundige en landschappelijke waarde van de woning.

Door de positie van de bestaande schuur was er geen relatie tussen de leefruimten en de achterliggende tuin. De schuur werd daarom afgebroken en een nieuw volume met garage, tuinberging en hobbyruimte werd opgetrokken aan het uiteinde van de tuin en vormt er eigenlijk de coulissen voor de activiteiten in de tuin.

De oorspronkelijke villa was niet groot, ze bestond uit 8 kamers, geschakeld rond een centrale traphal.

Voor de uitbreiding van de woning werd de idee van kamers verder uitgewerkt in de planopbouw. Zo ontstond een huis met vele kamers op maat, waarin de bewoners steeds weer een plek kunnen opzoeken die ze zich kunnen toeëigenen:
de zoon des huizes heeft rust gevonden in zijn ‘vogelnest’ onder het vervormde dak, vader geniet van zijn nieuwe werkplek in de erker, moeder leest een boek in de bibliotheekkast, de dochters vinden hun verborgen kamers in de kast,...

De vernieuwde villa is groot, ze bestaat uit 18 kamers. Daarmee is de woonoppervlakte nagenoeg verdubbeld.

De kamers kunnen op eenvoudige wijze afgesloten of samengevoegd worden, waardoor een flexibele invulling mogelijk blijft. Daarbij is veel aandacht besteed aan visuele linken die het bovendien mogelijk maken op diverse plaatsen door de woning heen te kijken. Door de keuzes in planopbouw en snede ontstaan er diverse opeenvolgende ruimtelijke ervaringen.

Een doorgedreven onderzoek werd gevoerd naar de juiste ruimtelijke vertaling van het ontwerp.
Op de zolderverdieping krijgt een bijkomende slaapkamer een plaats onder een vervormd dak. Het opgeklapte dak geeft een gepast antwoord op de vormentaal van het bestaande mansardedak. De noklijn blijft er gelijk, maar ter hoogte van de hoeken wordt de kroonlijst omhoog getrokken, wat binnen meer vrije hoogte genereert. De dynamiek van het opklappen van het dak vertaalt zich ook in de compositie van de ramen in de atypische puntgevel.

De keuze voor een grondige energetische update impliceerde een doorgedreven isolatie van de gebouwschil. De toepassing van een gevelpleister maakt het mogelijk oud en nieuw samen te brengen en visueel een nieuwe eenheid te krijgen. Er werd besloten om op zoek te gaan naar een juist type pleister (textuur en kleur) en doordachte detaillering en materialisering (muurkappen, schrijnwerk, dorpels, plinten) die de banaliteit van vele andere pleistergevels overstijgen.

Ondanks de uniforme pleister als afwerking op de isolatie, is de overgang tussen oud en nieuw op verschillende plaatsen op een subtiele manier waarneembaar, onder andere in de positie van de regenwaterafvoeren, de vorm van de daken, de uitzettingsvoegen in de pleister, de diktes van de muren, de hoogtes van ruimtes, ...

In de woning werden technieken toegepast die gebruik maken van hernieuwbare bronnen (geothermische energie en zonne-energie). Een warmtepomp haalt 75% van de warmte uit de bodem en vult deze aan met elektriciteit. Zonnecollectoren op het dak van de garage zorgen voor warmwaterproductie en verwarmingsondersteuning.