School te Sint-Gillis-Waas
Scholen van Morgen - "D"-aspecten van het DBFM-programma
basisschool 'de Eeckberger'

opdrachtgever Scholen van Morgen nv
ontwerpteam TV urbain architectencollectief + Béal & Blanckaert architectes
duurzaamheid mozaïek
datum 2010-2012
fase minicompetitie afgelopen

School is toekomst!
We stellen ons de vraag hoe de ‘school van morgen’ er kan of moet uitzien?
Afgesloten en veilig maar tegelijk open. Intiem maar niet ingesloten. Geborgenheid maar geen beklemming. Genereus maar niet vrijblijvend.
En meer concreet hoe zien we die ‘school van morgen’ in het gehucht ’t Calf?

Een gehucht in het gehucht!
De school vormt een leefwereld, een wereld op zich, een micro-cosmos. We spelen in op de idee van het dorp in het dorp, een micro-cosmos met blik op wat zich er buiten afspeelt. De school is veel meer dan een gebouw of architectuur. We zoeken naar een ruimtelijk model waarbij de schoolgebouwen een korrel hebben gelijkaardig aan deze van de omliggende gebouwen. De verschillende schoolgebouwen vormen op zichzelf een gehucht. Door zijn aanwezigheid heeft de school een impact op haar omgeving. Ze heeft een structurerend vermogen en verleent identiteit aan de ruimtelijke omgeving van’t Calf.

We bekijken hoe we enerzijds de ‘klooster’-vorm kunnen ‘open’-breken en anderzijds het programma kunnen 'ontvouwen': (1+1+1+1+1=9). We houden er rekening mee dat in de toekomst mogelijks bijkomend programma kan gerealiseerd worden.

Randvoorwaarden bij het 'ontvouwen':
De omgeving, de directe buren: Wat is een aanvaardbare bouwhoogte?
Als referentie voor het hoogste gebouw op de site nemen we de bestaande kerk. Het nieuwe gebouw komt ongeveer op de footprint van de bestaande kerk, maar is slechts half zo breed. Verder wordt ook het principe van 45° gerespecteerd. (later bij klassen)

De ideale oriëntatie voor klassen: Noord – Zuid.
De ideale maat van de klas.
De ideale schakeling van de klassen.

De muur.
We gaan op zoek naar nieuwe manieren om het schoolcomplex te omarmen. We willen open ruimtes omsluiten met gebouwen (veiligheid, geborgenheid) en in de raakzones van deze gebouwen zorgen voor zichten naar ‘buiten’. Omgekeerd wordt de passant, dorpsbewoner een blik gegund op het schoolgebeuren.

Gekozen model.
We bekijken de site op grotere schaal en hechten veel waarde aan de nabijheid van het Stropers- bos (historische, ecologische en educatieve waarde). Tegelijk wensen we met de inplanting van de school aan te sluiten bij de ‘korrel’ van het weefsel van het gehucht ’t Calf. We kiezen daarom voor een model waarbij compacte gebouwen op schaal op de site worden geplaatst en zo een diversiteit aan buitenruimtes gegenereerd wordt. Deze buitenruimtes vinden we even belangrijk als de binnenruimtes.

Leesbaarheid.
Het ontvouwen van het programma zorgt voor leesbaarheid: de turnzaal, de refter, de klassen, de speelplaats voor de kleuters, de speelplaats voor het lager, het secretariaat en de directie, de luifel, ... Dit is vanuit organisatorisch en pedagogisch oogpunt bijzonder interessant.
Een kleuter, een leerling kan zich oriënteren. Een kind loopt niet verloren, raakt de weg niet kwijt.

School als traject.
Kinderen verblijven meerdere jaren in de school. Belangrijk zijn de herinneringen aan dit verblijf. Het traject willen we tastbaar maken. De klassen worden uitgerust met gordijnen en zonweringen (zuid- en westzijde) in verschillende kleuren. De kinderen kunnen zich reeds vanaf de speelplaats en vanaf de straat oriënteren en zich een klas toeëigenen. Ieder jaar veranderen de kinderen van klas. Ze stijgen steeds hoger in het gebouw. Elke klas heeft haar eigen oriëntatie, zicht en lichtinval.

School als pedagogisch project.
De school als dorp is een pedagogisch idee op zich: de ideale wereld vs. de wereld buiten, ...
In het ‘dorp’ zijn de niet gebouwde ruimtes minstens even belangrijk als de gebouwde. Zij kunnen op allerlei wijzen door de leerlingen en hun leraar/lerares toegeëigend worden. We voorzien buitenklassen in de zon, in de schaduw, een speelheuvel,...

De buurt.
Diverse ruimtes van de school kunnen dubbel gebruikt worden. De buurt kan gebruik maken van diverse faciliteiten. Het ruimtelijk model speelt hier op in en faciliteert.

De klokkentoren.
De toren van de voormalige kerk is een echt baken in het landschap, een mogelijk referentiepunt voor de school. We willen de toren niet afbreken maar integreren deze in het ontwerp.

Feest in het dorp!
Het ruimtelijk model laat toe het jaarlijkse Stropersfeest nog steeds op de site kan worden georganiseerd worden. Refter, sportzaal, polyvalente ruimte, stille en crea-ruimte (samen te voegen) nemen de taak van de vroegere tentconstructies over. Door hun schakeling rondom de speelplaats van het lager sluiten ze naadloos bij elkaar aan. Er zijn doorzichten van de ene naar de andere ruimte.