Rudolf Steinerschool te Gent
nieuwbouw- en verbouwingswerken voor de middelbare Steinerschool Vlaanderen vzw

opdrachtgever Steinerschool Vlaanderen vzw
ontwerpteam urbain architectencollectief
datum 2016
fase wedstrijd afgerond - tweede laureaat

De Steinerschool vormt de pit in het bouwblok tussen Kasteellaan, Lousbergkaai, Forelstraat en Eendrachtstraat. Het interieur van het bouwblok vormt het stedelijk decor voor de school. De school is uitgegroeid tot een leefwereld op zich, een micro-cosmos, een stuk stad in de stad.

‘Je moet je als architect zo weinig mogelijk laten meeslepen door specifieke aspecten van bepaalde onderwijsopvattingen en ze vooral niet als uitgangspunten hanteren voor je ontwerp. De architect moet zich niet mengen in de discussie over het onderwijs zelf, maar zorgen voor ruimtelijke
condities die het leren in algemene zin ten goede komen. Het gebouw moet een algemeen kader bieden voor onderwijs en leren, maar daarbij nog alle kanten op kunnen en zelfs (ruimtelijk) de suggestie bieden om andere wegen in te slaan dan die welke in het programma van eisen zijn
neergelegd.’
H. Hertzberger, ‘Alle Scholen’, 010 Publishers, p.10

Bouwvolumes
Uit de eerste onderzoeken werd geconcludeerd dat één nieuw gebouw met daarin klassen en ateliers samen een te grote voetafdruk met zich meebrengt en bijgevolg veel open ruimte consumeert. Wanneer er gewerkt wordt met twee gebouwen zien we dat er interessante ruimtelijke relaties in de open ruimte ontstaan. Door de twee gebouwen zo compact mogelijk te voorzien wordt bijkomend de voetafdruk beperkt ten voordele van de open ruimte.
We stellen vast dat we een diversiteit aan interessante plaatsen kunnen maken, 'plek(ken)' maken.

De lokalen waar de administratie vandaag gehuisvest is blokkeren de open ruimte. Bij deze zoektocht gaan we ervan uit dat de administratie ook verplaatst wordt. Het gebouw met daarin de laboklassen wordt behouden.
De positie van het gebouw, het volume en de relatie van het gebouw met de 'muur' passen binnen de nieuwe ruimtelijke constellatie die we voor ogen hebben. In een verdere toekomst is het denkbaar het betreffende gebouw te vervangen door een nieuwbouw op dezelfde plaats (mogelijks over twee verdiepingen).

Planopbouw
We kiezen voor een compact gebouw met klassen en een compact gebouw met ateliers. Het gebouw met 8 klassen telt 4 bouwlagen. Elke klas heeft twee gevelvlakken en veel licht. Elke klas heeft bijzondere zichten op de omgeving. De toegangen van de klassen liggen heel dicht tegen elkaar en worden ontsloten via een compacte gang. De positie van de wanden geeft de klassen
en de circulatieruimte ruimtelijke specificiteit. Op elke verdieping is er voldoende bergruimte en plaats voor technieken. Het doortrekken van de technieken naar de klassen kan door de compactheid heel eenvoudig gebeuren. Op het gelijkvloers van het gebouw klassen bevindt zich de administratie. Op de eerste verdieping is er een zorgklas en het economaat. Het gebouw met 9 ateliers telt 3 bouwlagen. Eén van de ateliers op het gelijkvloers is een overdekt buitenatelier. Ook hier krijgen de ateliers royaal daglicht en genieten ze van verschillende zichten op de site. Het planprincipe is identiek aan het gebouw van de klassen.

Er is gezocht naar een oplossing om de bestaande zaal meer optimaal te kunnen benutten. Op de lange zijde van de zaal zijn openingen gemaakt waardoor de zaal zijdelings toegankelijk wordt. Dit zorgt voor lichttoetreding en zorgt voor een mogelijke opsplitsbaarheid van de zaal zodat delen
van de zaal gelijktijdig gebruikt kunnen worden. De openingen zullen ook dienen als mogelijkheden voor nooduitgang. Aan de zaal wordt een beperkte backstage voorzien alsook een decoratelier met berging. Alles wordt samengehouden door een luifel waardoor een overdekte buitenruimte ontstaat. Door de toegankelijkheid van de zaal via de foyer én via de langse buitenzijde (en niet meer via de kopse zijde) dient er minder circulatieruimte in de zaal te worden voorzien en is een bezetting van 340 personen mogelijk. De luifel aan het gebouw doet tegelijk dienst als overdekte speelruimte. Ook de zaal kan op bepaalde momenten als overdekte speelruimte dienst doen.
De bestaande foyer en keuken blijven behouden en komen te liggen aan een open plek ter hoogte van de inkom aan de Eendrachtstraat. De ingrepen op de zaal zorgen voor tal van mogelijkheden voor de school én faciliteren tegelijk het buitenschools gebruik.

Inplanting gebouwen
Door de welgekozen inplanting van klassen- en ateliergebouw ontstaan drie grote open ruimtes: grote open ruimte aan de inkom thv de Eendrachtstraat; een speelplaats op maat tussen de perceelmuur, het bestaande labo-gebouw en twee nieuwe volumes; een open plek tussen zaal, perceelmuur en de nieuwe volumes.

In de positie van de nieuwe volumes wordt 'nabijheid' opgezocht. Ruimtelijk ontstaat er een vernauwing tussen twee opeenvolgende grote open plaatsen.
De reeds aanwezige kwaliteiten op de site (de perceelmuur, verhouding van bouwvolumes tov perceelsmuur, ...) worden versterkt. In de wandeling van de lagere school naar de middelbare school, langs de noordelijke perceelmuur ontstaat een specifieke ruimtelijke kwaliteit met bijzonder zicht op het ateliergebouw (en het buitenatelier op het gelijkvloers).

De perceelmuur aan de nieuwe speelplaats komt vrij. De nieuwe luifel (overdekte speelplaats) wordt bewust niet tegen de muur aangebouwd, er ontstaat een tussenzone. De laboklassen geven vandaag uit op een andere tussenruimte. Ook dit behouden we bewust. Door het reduceren van het bouwvolume wordt de specifieke ruimtelijkheid van de tussenzone gevormd door de perceelsmuur versterkt. De perceelsmuur links bij het binnenkomen vanaf de Eendrachtstraat wordt vrijgemaakt. Ook daar ontstaat 'plek'.