Dagcentrum te Wetteren
nieuwbouw atelierruimtes bij een dagcentrum voor personen met een verstandelijke handicap

opdrachtgever Omega vzw
ontwerpteam urbain architectencollectief i.s.m. Corneel Cannaerts
stabiliteit studieburo mouton
datum 2005-2010
fase opgeleverd

prijzen
Bronzen Ereplaket - Vierjaarlijkse Prijs voor Architectuur van de Provincie West-Vlaanderen 2011
Prijs van de Orde van Architecten Raad Oost-Vlaanderen
Tweejaarlijkse Prijs voor Architectuur van de Provincie Oost-Vlaanderen 2011

de galerij
Dagcentrum Omega biedt sinds haar oprichting in 1987 een dagwerking aan voor mensen met een verstandelijke beperking. De vzw kreeg in 1992 een erkenning voor een dagcentrum met ondersteuning voor tien plaatsen. Het betekende de start van een meerjarenplan, waarin een traject werd uitgestippeld om het dagcentrum verder uit te bouwen. In datzelfde jaar werd een braakliggend terrein aangekocht in Wetteren, tussen de spoorweg en een rij huizen langsheen de Gentsesteenweg. In een eerste fase werd een rijwoning uitgebreid met een nieuwbouw. Deze bestaat uit een aantal leefruimtes, een polyvalente zaal en een industriële keuken. Een tweede fase voorzag in de uitbreiding van het dagcentrum met een nieuw ateliergebouw, ter vervanging van enkele tijdelijke chalets in het binnengebied. Een derde en laatste fase omvat de renovatie van de oorspronkelijk aangekochte rijwoning. Deze woning huisvest de administratie en de personeelslokalen.

Na een prijsvraag in 2005 kreeg urbain architectencollectief i.s.m. Corneel Cannaerts, de opdracht voor het ontwerp en de uitvoering van de nieuwbouw met vijf atelierruimtes. De uitbreiding van de eerste fase bezet een belangrijk deel van het binnengebied. Dit geldt als een bepalende randvoorwaarde voor het ontwerp van de atelierruimtes. Door de keuze voor een lang laag volume en de vrij evidente inplanting tegen een blinde muur van garageboxen, wordt de open ruimte maximaal gevrijwaard. Tegelijkertijd krijgt het gebouw een sterke gerichtheid op het binnengebied.

Het grondplan is op een heel eenvoudige manier opgebouwd. Vooraan is een carport voorzien voor de busjes van het centrum – het is de plek van aankomst en vertrek voor de gasten van het dagcentrum, die ‘s morgens thuis worden opgepikt en ‘s avonds terug naar huis worden gebracht. Vanaf de carport start een nevenschikking van ateliers. Hier wordt klei geboetseerd, muziek gecomponeerd, hout bewerkt… De ateliers werden per twee gekoppeld met tussenvoeging van een berging, sanitaire ruimte en twee inkompartijen. Helemaal achteraan wordt een klein volume afgescheiden door een open ruimte. Het bijgebouw huisvest een tuinatelier en een kluslokaal. De open ruimte is verhard en doet dienst als buitenatelier waar hout wordt gekliefd en planten worden verpot.

Het gebouw werd opgetrokken uit een geprefabriceerde stalen portiekenstructuur en bekleed met houten keperwanden en geprofileerde stalen dakplaten. Het ritme van de portieken bepaalt de maat van de atelierruimtes. In de ateliers is geopteerd voor het ruwbouw is afbouw-principe: stalen dakplaten, houten stijlwanden, betonnen vloeren, stalen kolommen en liggers vormen naast de structuur tegelijk de afwerking. Kastenwanden in hoogwaardige berkenmultiplex en buitenschrijnwerk in jatoba hardhout zorgen voor een zeker domesticiteit.

Door de circulatie te ontwerpen als een overdekte galerij werd de thermische grens verlegd; de werkelijk gebouwde vierkante meters werden gereduceerd, wat de budgettering ten goede kwam. Door haar inplanting langs de binnentuin is de galerij tegelijk de circulatie tussen de ateliers als de circulatie tussen het bestaande gebouw en het nieuwe ateliergebouw. De galerij is ook een ruimte op zich. Door haar royale maatvoering is ze meer dan een verbinding tussen gebouwen en atelierruimtes. Ze is tevens een plek van ontmoeting, ze nodigt uit tot verblijf en kan dienst doen als tentoonstellingsruimte. Het openzetten van de dubbele vluchtdeuren zorgt in de zomer voor een uitbreiding van de ateliers met extra nuttige en verharde buitenruimte. Zo werd een eis uit de brandnorm in het ontwerp omgebogen tot een belangrijke troef.

Bij het ontwerp van de galerij werd gezocht naar een zuivere detaillering van vrij elementaire materialen. De houten structuur van de galerij is opgebouwd uit jatoba hardhout. De dakbeplating ervan bestaat uit heldere polycarbonaatplaten. Een strak ritme van houten kolommen en balken domineert het beeld en zorgt voor een sterke ruimtelijke dynamiek. Verschillende standpunten zorgen telkens weer voor andere ervaringen: vanuit een bepaalde hoek krijgt men een perspectief op een robuuste houten muur waar elk moment iemand doorheen kan glippen, een andere keer vangt men tussen de kolommen glimpen op van het ateliergebouw en fungeert de kolommenrij als een filter. De ruimte van de galerij heeft op korte tijd een speciale plaats verworven in de belevingswereld van de gebruikers. Het is leuk vast te stellen dat de gasten en het personeel van Omega spreken over ‘de galerij’ wanneer zij het ateliergebouw benoemen.

Op schaal van het binnengebied draagt het ontwerp bij aan de leesbaarheid van het geheel. Binnen de rommelige, banale en typische Vlaamse omgeving zorgt het gebouw met de galerij voor structuur. Het verleent betekenis aan de plek en gaat de dialoog aan met de eerder gerealiseerde uitbreiding.

Het geheel valt in zijn plooi.

fotoreeks - Filip Dujardin